
Elke werknemer doet een vreugdedansje zodra er een salarisverhoging in de lucht hangt. Elke werkgever ziet dan geen regenboog, maar een donderwolk aankomen.
En eerlijk is eerlijk: die wolk hangt al tien jaar boven mijn hoofd. Niet dat ik bang ben om nat te worden, of dat ik de schoonmakers van Ruud Zander schoonmaakbedrijf geen zonnestralen gun – integendeel! Maar de vicieuze cirkel moet een keer doorbroken worden.
In die tien jaar zijn de salariskosten met 41,8% omhooggeschoten. Het grootste deel daarvan in de laatste vijf jaar. Waar eindigt dit?
Want ja: die salarisverhogingen moet ik doorbelasten. Doe ik dat niet, dan val ik om als een natte krant. Dus gaan de prijzen voor mijn opdrachtgevers omhoog. Die rekenen het weer door aan hún opdrachtgevers. En zo hobbelen we vrolijk verder in een inflatiepolonaise.
Begrijp me goed: ik heb alles voor mijn Toppers over. Maar de vakbonden mogen zich écht eens achter de oren krabben, in plaats van klakkeloos te roepen dat het geld bij bedrijven “tegen de plinten op klotst”.
Spoiler: het klotst al lang niet meer. Wij houden dit niet vol!
Liefs,
Een trotse werkgever!

